Bestel tickets
EN
Bestel tickets
EN
Bestel tickets
Bestel tickets
Over de tentoonstelling
Publieksprogramma
Verdieping
Plan je bezoek
Kunstenaars
Publicatie
Theatervoorstelling
Educatie
Mobiele onderzoeksinstallatie
Colofon
Een rituele dans met het verleden: Kunstenaars over de Gouden Koets

De koets van Hoogendoorn op We are not cattle (2020) is bij nader inzien niet echt van goud, maar geschilderd in een vlekkerig geel, en kent geen enkele vorm van decoratie. Er staan geen allegorische beeldhouwwerken op het dak en er zitten geen beschilderde panelen aan de zijkanten, er zijn geen lantaarns en geen borduursels, sterker nog, er zijn geen ramen en er is niet eens een deur. Het is een ronduit vreemd object, de koets die deze paarden achter zich aanslepen, een soort piano op wielen maar dan zonder toetsen.

De Gouden Koets van het Nederlands Koninklijk Huis is al ruim een eeuw in beweging, altijd op weg naar de toekomst: van trouwerij naar doop, van inhuldiging naar Prinsjesdag waar de plannen voor een nieuw jaar worden beklonken. Voortgetrokken door acht of zes paarden, afhankelijk van wie er in heeft plaatsgenomen, de vorst of de troonopvolger, trekt het rijtuig zelf een heel verleden met zich mee. Een groots maar ook beladen verleden van de natie, als monarchie en kolonisator, verbindt de koets waar zij maar komt met de plaatsen en de mensen van het hier en nu. En zelfs nu de koets tot stilstand is gekomen in het Amsterdam Museum, en het nog maar de vraag is of ze ooit weer door de straten zal rijden, is de reis niet ten einde. De Gouden Koets met alle pracht en praal is in essentie precies het rijtuig dat Hoogendoorn schilderde: een klankkast waar heden en verleden in resoneren.

Zoals honderden kunstenaars en ambachtslieden eens de Gouden Koets bedachten en vormgaven als het ultieme rijtuig voor hun tijd, zo weten de kunstenaars van vandaag als geen ander hoe die klankkast te bespelen. In het Amsterdam Museum komen zestien kunstenaars met diverse achtergronden bijeen, sommigen met bestaand werk maar veruit de meesten met kunstwerken speciaal voor de tentoonstelling van de Gouden Koets gemaakt. Stuk voor stuk lichten zij een ander aspect van de Gouden Koets uit, variërend van het materiaal van het rijtuig als object tot de politieke geschiedenis waar de koets als symbool uit is voortgekomen. De kunstenaars geven diepgang aan de geschiedenis zoals die op papier staat beschreven, soms voegen ze een schaduw of een echo aan een verhaal toe. Ze doen een voorstel tot een democratische herverdeling van het goud. Een aantal kunstenaars dook in het koloniale verleden waar de koets tot in ieder vezel van is doordrongen: van het Javaanse teakhout als drager voor het bladgoud tot het paneel aan de linkerzijkant met de titel ‘Hulde der Koloniën’. Iswanto Hartono maakte in zijn installatie Colonies de lijnen van het paneel na in wit staaldraad dat een onheilspellende zwarte schaduw werpt op de muur. Veel kunstenaars spreken zich naar aanleiding van dit paneel uit over het slavernijverleden. AiRich bijvoorbeeld ziet de schildering als een ‘verzachtend beeld’ waarin het lijkt alsof de onderdanen vrijwillig hun producten aan de koloniale overheerser schonken. Wat volgens haar op de koets ontbreekt is de dwang en de onmenselijkheid waar kolonialisme mee gepaard ging. Op BLOODY GOLD, haar versie van het paneel, voegt de kunstenares die laag in niet mis te verstane beelden toe. In de flitsende maar vooral verontrustende collage zien we onder meer illustraties van de koloniale officier John Gabriel Stedman (1744−1797) die in Suriname hardhandig een opstand van tot slaaf gemaakten neersloeg, maar die hardhandigheid van het koloniale systeem ook aankaartte in zijn boek Reize naar Suriname. In de Gouden Koets herkende AiRich de vorm van een slavenschip, ingegeven door de ronde buik van koets en panelen die inderdaad precies op het contour van een schip lijkt.

Dat slavernij op het moment dat de koets gemaakt werd officieel was afgeschaft en dat op het paneel strikt gezien geen verbeelding te zien is van slavernij, is in dit opzicht juist bijzonder interessant. De Gouden Koets blijkt meer dan een reliek uit het verleden; het is een spiegel die toont hoe wij naar dat verleden kijken in onze eigen tijd. Genadeloos of met een vleugje poëzie. AiRich is niet de enige kunstenaar waarbij het paneel of de koets een transformatie ondergaat. Ook kunstenaar en illustrator Brian Elstak ziet het rijtuig als iets heel anders voor zich. GOLDIE past in zijn serie van houten arcade speelkasten waar de bezoeker achter plaats kan nemen, maar niet om daadwerkelijk een computerspel te spelen. Elstak gebruikt de kast als paneel om zijn visie op het koloniale verleden te verbeelden en liet zich voor GOLDIE inspireren door een regel van rapper Kendrick Lamar: ‘Sit down, be humble.’ We moeten niet trots zijn op ons koloniaal verleden en de vermeende ‘VOC-mentaliteit’, aldus de kunstenaar, maar nederig achterom kijken naar alles wat die periode teweeg heeft gebracht en blijft brengen tot op de dag van vandaag. Muziek van de underground hiphopformatie Kohfie Konnect voegt een extra dimensie aan die boodschap toe.

Wat alle kunstenaars met elkaar verbindt is hun poging de koets als statisch object weer tot leven te wekken. Dat doen ze op de eerste plaats door een menselijke laag toe te voegen aan het rijtuig dat in status en waarde weliswaar ver buiten het bereik van de gewone mens blijft, maar als bezit van de koninklijke familie voor een toekomstig bestaan volledig afhankelijk is van de steun van het volk. De beeldhouwer Nelson Carrilho deed een bijzondere ontdekking. Op 4 april 1883 vertrok een schip met 28 Surinamers voor een lange reis richting Europa met als eindbestemming Amsterdam. De groep mensen was geselecteerd om deel te nemen aan de Internationale Koloniale en Uitvoerhandeltentoonstelling die dat jaar op het Museumplein werd georganiseerd, en kreeg na aankomst een tent toegewezen achter het Rijksmuseum. De wereldtentoonstelling stond in het teken van de koloniale handel maar deze Surinamers kwamen niet om iets aan de man te brengen: zij werden zelf als bezienswaardigheid gepresenteerd. Er waren ook 38 mensen uit Nederlands-Indië, die optraden in een nagebouwde kampong, maar de Surinamers zaten achter hekken muziek te maken en manden te vlechten. Carrilho ontdekte dat een van hen, Elisabeth Moendi, zijn eigen overgrootmoeder was die daar met haar dochter was tentoongesteld. Hij ontwierp een altaarstuk dat haar een gewijde plek geeft in deze lelijke geschiedenis, die een meer of minder directe relatie lijkt te hebben met de Gouden Koets. Niet alleen was de firma die de koets vervaardigde, Spijker, met rijtuigen op de wereldtentoonstelling aanwezig, ook Nicolaas van der Waay, de schilder van de panelen op de koets, was als schilder van het Amsterdamse paviljoen bij de tentoonstelling betrokken. Het kan niet anders of dat hij, toen hij enkele jaren later ‘Hulde der Koloniën’ schilderde, nog eens terugdacht aan Elisabeth Moendi en de andere ‘vreemden’ die hij met eigen ogen had gezien, zonder hun namen te kennen.

Het aantal mensen dat direct of indirect betrokken is geweest bij de Gouden Koets is duizelingwekkend. Naast de honderden ambachtslieden die aan koets en decoratie werkten, droegen indirect nog veel meer mensen aan het hele idee van een koets bij. Het was de gemeenschap die het geld bij elkaar verzamelde voor de koets als cadeau voor Wilhelmina, in het bijzonder de arme bevolking van de Jordaan. Het waren vrouwen uit Amsterdam die de borduursels voor de kussens in de koets maakten, onder wie de weesmeisjes uit het Burgerweeshuis op de plek waar nu het Amsterdam Museum is gevestigd. Zij werden destijds geportretteerd door uitgerekend Nicolaas van der Waay en krijgen in de tentoonstelling ruim een eeuw later een eigen jurk aangemeten door het modecollectief Painted Series. Modeontwerper Saskia van Drimmelen en regisseur Margreet Sweerts borduren samen met vrouwen uit verschillende buurten van de stad een monumentaal tafelkleed uitlopend in het lijfje van een jurk. Tabledress Amsterdam is een ode aan het anonieme weesmeisje, maar evengoed een ontmoetingsplek voor een groep vrouwen vandaag. Overigens plaatst kunstenaar Sithabile Mlotshwa vraagtekens bij de vermeende ‘onschuld’ die vaak aan vrouwen kleeft. Maakten zij niet evengoed deel uit van de geschiedenis, en zijn zij dat niet tot op de dag van vandaag blijven doen? De allegorische vrouwen die staan afgebeeld op de koets, maar ook vrouwen op schilderijen in onder meer de collectie van het Amsterdam Museum, vormen het uitgangspunt van haar installatie.
Kunstenaar Sarah van Sonsbeeck geeft bezoekers van het Amsterdam Museum een eigen bankje van goud om op plaats te nemen. Op de jongensbinnenplaats van het toenmalige Burgerweeshuis omringt dit bankje al jarenlang een zogenaamde Wilhelminalinde, een van de vele bomen die door het hele koninkrijk, inclusief de koloniën, in 1898 werden geplant ter gelegenheid van de inhuldiging van de koningin. Van Sonsbeeck verguldde het bankje en niet alleen mogen alle bezoekers erop plaatsnemen, iedereen mag ook een persoonlijke boodschap in het hout krassen. Het flintertje goud dat daarbij vrijkomt, mag mee naar huis.

Het zijn niet alleen mensen die de Gouden Koets leven inbliezen. Het Amsterdam Museum heeft er in de tentoonstelling voor gekozen om geen paarden voor het rijtuig te spannen, maar in gedachte staan ze er toch. Immers, zonder paarden geen rijdende koets. Kunstenaars Berend Strik en Sharelly Emanuelson zien betekenis in hun afwezigheid: het ontbreken van paarden staat voor hen voor het gebrek aan aandacht voor het koloniale verleden in Nederland. Strik reisde naar Emanuelson, woonachtig op Curaçao, en samen werkten ze aan een geluidsinstallatie met een mix van de dribbelpasjes van Curaçaose Paso Fino-paarden en Caribische muziek. De ritmische melodie van paardenhoeven in deze soundscape draagt een heel eigen koloniaal verhaal in zich mee en in de tentoonstelling klinken ze als een echo die eeuwen teruggaat in de tijd. Het geluid was onder meer te horen bij de eigenaren van plantages, de zogenaamde shons, wanneer ze op hun paard rondreden op hun terrein, maar ook bij het jaarlijkse Caribische carnaval waar ruiters rondrijden verkleed als vorsten. Maar is een ingespannen paard eigenlijk niet evenzeer van zijn vrijheid beroofd als een tot slaaf gemaakte mens? Het werk van Strik en Emanuelson is een samenwerking met producer Iski (Sydney Marcus) en muzikant Sorandy Sint Jacobs en de titel is geïnspireerd op een legendarisch paard. Het Puerto Ricaanse paard Manchado, een voorvader van de Paso Fino-paarden, liep op het eiland vrij rond, zonder ruiter, en kwam naar het marktplein als hem dat werd gevraagd. De Gouden Koets kwam zelf overigens nooit op Curaçao, noch op een van de andere koloniën die behoorden tot het Koninkrijk. Toch heeft de koets en alles waar zij voor staat het eiland gevormd, stelt Serana Angelista. In de grafische video van de kunstenaar zien we de koets rondjes rijden en in de sporen van de wielen vormt zich de contour van het eiland. Door middel van een grote collage met foto’s, onder meer verzameld in kringloopwinkels, schrijft Angelista een tegenhanger van het rooskleurige verhaal van de relatie tussen Nederland en Curaçao. Aan het echte verhaal zijn we volgens Angelista nog altijd niet toegekomen.

De paarden die altijd voor de Gouden Koets liepen waren Friese of Gelderse raspaarden. ‘Raszuiver’ moesten ze zijn, een woord dat akelige connotaties heeft wanneer toegepast op mensen maar dat voor dieren geen probleem is. Het is een ongemakkelijk aspect van de koets dat kunstenaar Raul Balai pareert met een span van hybride paarden en al even gemengde paardenmenners. Balai ging te raden bij zijn eigen familieleden, met achtergronden uit Afrika, Europa, Zuid-Amerika, de Caraïben, India, China en de Molukken, en vroeg hen om voor zijn werk model te staan. Ook Erwin Olaf richtte zijn camera op de mannen (en de enkele vrouw) die een rol hebben rond de koninklijke paarden, en ook op de paarden zelf. Op zijn foto’s zijn de mensen weliswaar gehuld in de groot-galakleding die ze traditioneel dragen op de derde dinsdag van september, met hun witte handschoenen en gouden epauletten, glimmende knopen en rijen blinkende medailles, maar toch zijn het hun gezichten die in het oog springen. Olaf wist de houding en blik van mens en paard te vangen, terwijl die normaal gesproken opgaan in het koninklijk vertoon.

Daar staat de Gouden Koets, op de binnenplaats van het Amsterdam Museum. Een pronkstuk van jewelste, technisch zeer verfijnd uitgevoerd, en in het museum omhuld door een glazen huis om het rijtuig te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Van ‘Sit down, be humble’, zoals Kendrick Lamar rapte en waar Brian Elstak inspiratie uit putte, is geen sprake. De Gouden Koets is een object dat op geen enkele manier bescheiden is. Vers gerestaureerd lijkt zij zelfs trotser dan ooit. Als nieuw, zou je kunnen zeggen, behalve dat de wereld rondom de koets radicaal is veranderd en er stemmen opgaan die op een rijdende koets van goud helemaal niet meer zitten te wachten. De Gouden Koets mag dan goed beschermd zijn, dat weerhoudt niemand ervan kritische vragen op het rijtuig af te vuren. Dat goud op de koets bijvoorbeeld, waar komt dat eigenlijk vandaan? Die vraag is het vertrekpunt van het werk van Bernard Akoi-Jackson, een kunstenaar uit Ghana, dat bekend stond als goudwinningsplaats en een van de landen is waar Nederland eeuwenlang koloniale betrekkingen mee onderhield. In de maatschappelijke discussie over de Gouden Koets gaat het niet eens zozeer om het rijtuig zelf. Dat is in wezen maar een onschuldig object. Problematisch is alles waar dat object voor staat, waar de lucht de afgelopen jaar zwaar van is geworden als voor een stevige onweersbui. Het maakt de Gouden Koets, een voertuig dat je moet aanspreken met hoofdletters, ook een hoogst ongrijpbaar fenomeen. Daar ligt de grote kracht van de kunstenaars op deze tentoonstelling: met een fijnbesnaard gevoel voor het onzichtbare en het onzegbare, voor de fantasieën en de trauma’s die de koets omringen, leggen zij de vinger op de zere plek om vervolgens op zoek te gaan naar een vorm van verlichting. Ze zoeken verbinding tussen het heden en het verleden, maar vooral ook tussen mensen onderling. De symboliek, protocollen en rituelen die van oudsher aan de Gouden Koets kleven, beantwoorden zij met rituelen en vormen van healing die beter passen bij onze wereld vandaag. In een rituele dans met het verleden vinden zij een manier om nader tot elkaar te komen. De Gouden Koets blijkt een bron om uit te putten.

In Memory of Nature bijvoorbeeld nodigt Arahmaiani bezoekers uit tot het maken van een mandala, een concentrisch diagram vol spirituele symbolen dat de kosmos uitbeeldt. Door met aarde en zaden een mandala te maken, kan volgens Arahmaiani een stap gezet worden op weg naar harmonie met de wereld. Nelson Carrilho, de kunstenaar die zijn overgrootmoeder vond op de Wereldtentoonstelling, wijdde de binnenplaats van het museum in met een rituele Afrikaanse dans voordat de Gouden Koets er werd binnengetakeld. In de Dance of Creation ondergaat hij een metamorfose van de moeder naar de zoon als een allegorie van creatie en reflectie. De binnenplaats werd daarmee een vruchtbare bodem voor de Gouden Koets om op te landen. En nu de koets er eenmaal staat treedt Naomie Pieter, naast kunstenaar ook antiracisme- en queer-activist, er op in een performance onder de titel Ayo No, Te Un Otro Biaha, te vertalen als Geen tot ziens, maar tot weerziens. Volgens een Curaçaose mythe was dit de afscheidsgroet van tot slaaf gemaakten die van de klif sprongen om te ontsnappen aan een onmenselijk bestaan. Maar eenmaal gesprongen kregen zij spontaan vleugels om naar huis terug te keren. In de performance, met muziek, dans en rituele objecten, worden onder meer gouden kaarsen uitgedeeld aan de bezoekers. Want de Gouden Koets, aldus Naomie Pieter, is van iedereen.

Verdieping
Alle artikelen
Alle artikelen
Nieuws over onze Gouden Koets-tentoonstelling ontvangen?
Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief
Schrijf je nu in
Amsterdam Museum
Kalverstraat 92
1012 PH Amsterdam

020 5231 822
info@goudenkoets.nl
Terug naar boven
PrivacyVoorwaardenFAQ